Gemaal De Ruiter

In 1923/24 werd het elektrische gemaal De Ruiter gebouwd in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid. Het is vernoemd naar dijkgraaf  (en veearts) A. de Ruiter uit Mijdrecht en staat op de plaats van de vroegere Demmerikse molen. Het krachtige gemaal verving ook 5 andere windmolens, de molenaars werden werkeloos en vroegen daarom om financiële steun aan het waterschap.

In een typisch jaar voert het gemaal zo’n 18 miljoen m3 water af (ongeveer het jaarverbruik aan water van 420.000 mensen).

Zonder het gemaal zou de polder Groot Wilnis – Vinkeveen, 4786 ha, grotendeels onbewoonbaar zijn (behalve voor de vissen). Want het polderpeil is -2,15 onder NAP.

Het gemaal loost op de Geuzensloot, die via de rivier de Angstel en de Nieuwe Wetering in verbinding staat met het Amsterdam-Rijnkanaal. De naast het gemaal gelegen Demmerikse Sluis brengt schepen naar/van het ‘boezempeil’ van -0,40 onder NAP.

Voor de techneuten: het gemaal heeft twee elektrisch aangedreven pompen met een capaciteit van 150 m3 per minuut.

De Demmerikse Molen,  gebouwd in 1782, verbrand en herbouwd in 1836 en gesloopt in 1923 om plaats te maken voor gemaal De Ruiter.

Dit gebied is onderdeel van Waterschap Amstel Gooi en Vecht (www.agv.nl).