Brugwachtershuisje 49

Tot het jaar 1000 was dit gebied één groot moerasgebied met rietvelden en hier en daar moerasbossen met els en wilg, maar ook eiken.

Na het jaar 1000 is de ontginning van de Demmerikse polder begonnen. Lange sloten werden gegraven om het land te ontwateren en er agrarisch land van te maken.

In de loop van de eeuwen daarna is het gebied

twee tot drie meter gezakt en ligt het nu 2 m onder NAP.

De sloten zijn rijk aan vis.  Futen, aalscholvers  en reigers komen hier op af om de vis te vangen.

De meerkoeten zijn alleseters, maar leven vooral van planten.

Bij aalscholvers worden bij het vissen de veren nat, die ze daarna uitgespreid weer drogen.